Symbiose als basis van het bos

Het Amazonewoud

Nature-publicatie voorspelt afname van biomassa in bossen met 10 procent als CO2-uitstoot hoog blijft

In de wirwar van wortels in de bosbodem groeien schimmels en bacteriën die met bomen voedingsstoffen uitruilen tegen koolstof in een grote, wereldwijde marktplaats. Onderzoekers van Stanford University (VS) hebben in samenwerking met meer dan tweehonderd wetenschappers wereldwijd – onder wie prof. dr. Hans ter Steege van Naturalis Biodiversity Center en de Vrije Universiteit – de meest voorkomende symbiotische relaties in kaart gebracht op basis van 1,1 miljoen metingen in het bos en 28.000 boomsoorten. Hun publicatie verscheen op 15 mei 2019 in Nature.

Volg onze verhalen

Bij Naturalis zijn we dag en nacht bezig om de collectie aan te vullen als rijksmuseum, academisch onderzoeksinstituut en erfgoedinstelling.

FacebookTwitterInstagramYouTube

Het onderzoek op wereldschaal laat zien welke factoren bepalen waar verschillende soorten symbionten het best gedijen. Daardoor weten we beter hoe deze symbiotische partnerschappen de bossen van de wereld vormen en óók hoe ze worden beïnvloed door een opwarmend klimaat. De groep voorspelde met de nieuwe informatie hoe de symbiose in 2070 veranderd zal zijn als de uitstoot van CO2 onverminderd hoog blijft. Resultaat: een scenario met een afname van 10 procent aan biomassa van bomen, vooral van bomen geassocieerd met schimmels in gematigde streken.

“Onze modellen voorspellen enorme veranderingen in de symbiose in bossen wereldwijd – wijzigingen die van invloed zijn op het klimaat waarin uw kleinkinderen gaan wonen,” zegt Brian Steidinger, onderzoeker van Stanford en eerste auteur van het artikel.

Verborgen voor het oog is de symbiose van micro-organismes en bomen zeer divers. De onderzoekers keken vooral naar drie van de meest voorkomende vormen: arbusculaire mycorrhiza schimmels, ectomycorrhizale schimmels en stikstofbindende bacteriën. Elk van deze typen omvat duizenden soorten schimmels of bacteriën die unieke partnerschappen met verschillende boomsoorten vormen.

De gegevens die ten grondslag liggen aan dit onderzoek vertegenwoordigen bomen uit meer dan zeventig landen en zijn de opbrengst van samenwerking tussen ruim tweehonderd onderzoekers die verschillende talen spreken, verschillende ecosystemen onderzoeken en verschillende uitdagingen moeten overwinnen. “Er is informatie uit meer dan 1,1 miljoen bospercelen in deze dataset opgenomen en elk perceel is gemeten door een persoon op de grond. Lange wandelingen, zweet, teken, lange dagen – het zit er allemaal in,” licht Hans ter Steege de prestatie toe. Ter Steege heeft aan het onderzoek bijgedragen door zijn datasets uit Guyana, Suriname en Brazilië beschikbaar te stellen.

De kaarten van deze studie komen vrij beschikbaar, zodat de informatie gebruikt kan worden voor nieuwe studies. De Stanford-onderzoekers zelf willen hun project voortzetten om steeds beter te kunnen begrijpen wat de invloed van klimaatverandering op ecosystemen is. Ook de onderzoeksgroep van Hans ter Steege bij Naturalis Biodiversity Center werkt verder aan het in kaart brengen van biodiversiteitsverlies, klimaatverandering en ecosysteemdiensten, specifiek binnen terrestrische bossystemen in Zuid-Amerika.