Havo 4-5, vwo 4-6 Zaalprogramma 'Met sprongen door de evolutie'

Met sprongen door de evolutie

Wat was er eerst: vleugels of veren? Onderzoek het in Naturalis door te kijken naar moderne dieren en fossielen van onder andere dinosauriërs. Door evolutie krijgen dieren steeds nieuwe eigenschappen. Sommige zijn succesvol. Ze bieden voordeel bij het verkrijgen van een nieuw leefgebied, voedselbron of nakomelingen en leiden tot een toename in soorten. Ontdek hoe onderscheidende kenmerken, zoals vleugels, poten, haren, veren en een slurf ontstonden en maak samen één grote stamboom van gewervelden.

Onderzoek succesvolle kenmerken van gewervelden

Informatie over praktische zaken als parkeren, kluisjes en huisregels vind je hier

Reserveer hier het zaalprogramma 'Met sprongen door de evolutie'.

  • Zaalprogramma
  • havo/vwo 4, 5, 6
  • Duur: 90 minuten
  • Aantal leerlingen: maximaal 108
  • Ruimtes: tentoonstellingen ‘Leven’, ‘Dinotijd’, ‘De ijstijd’
  • Vanuit school: één begeleider per 20 leerlingen
  • Vanuit Naturalis: twee educatieve begeleiders
  •  Leerlingen onderzoeken de evolutie van gewervelde dieren. Ze ontdekken hoe onderscheidende kenmerken, zoals vleugels, poten, haren, veren of een slurf ontstonden en wat hun succes verklaart
  • Kernwoorden: evolutie, onderscheidend kenmerk, vissen, amfibieën, reptielen, vogels, zoogdieren, dinosauriërs, ijstijddieren, stamboom

Verloop van het programma
in het museum

Het programma bestaat uit drie onderdelen, de hieronder gehanteerde tijdsplanning is een indicatie.

0-20 minuten: introductie in ontvangstruimte 
Een educatief begeleider ontvangt de klas in de ontvangstruimte. Voor de ontvangst kunnen klassen van verschillende scholen worden samengevoegd. In de interactieve inleiding wordt kennis opgefrist over de ordening van gewervelden. In de interactieve inleiding wordt kennis opgefrist over de ordening van gewervelden.  Leerlingen oefenen ook met de indeling van uitgestorven dieren zoals T. rex en mammoet.  Daarna zien ze het ontstaan van gewervelden in de tijd, door op speelse wijze dieren aan een tijdlijn te hangen. Ze krijgen uitleg van de opdracht. Er wordt een verzamelplek en tijd afgesproken voor na afloop van het programma. Leerlingen bezoeken in twee- of drietallen het museum.

20 - 50 min: in museum
Leerlingen maken een verkennende opdracht met een stamboom van de gewervelde dieren, waarbij ze (deels uitgestorven) diergroepen in het echt zien.

50 - 85 min: in museum
Leerlingen halen een verdiepende opdracht bij het Infopunt in zaal 'Dinotijd'. Ze onderzoeken een zelfgekozen kenmerk, zoals het ontstaan van veren, poten of haren. Er is keuze uit 9 verschillende kenmerken.

85 - 90 min: afgesproken plek
Leerlingen verzamelen op een vooraf afgesproken plek.