Groep 3 en 4 Zaalprogramma 'Beestachtig handig'

Beestachtig handig

Alle dieren zijn verschillend, maar zitten beestachtig handig in elkaar. Welke huid is handig om je te verstoppen? Hoe zien springpoten er uit? Wat kunnen dieren met hun oren? Ga op onderzoek in het museum naar onderdelen van dieren. Zo ontdek je langzaam welk dier zich op jouw kaart verstopt heeft. Het is wel een heel bijzonder dier…

Waarom zien alle dieren er anders uit?

Informatie over praktische zaken als parkeren, kluisjes en huisregels vind je hier

Reserveer hier het zaalprogramma 'Beestachtig handig'.

  • Zaalprogramma
  • Groep 3 en 4
  • Duur: 90 minuten
  • Aantal leerlingen: maximaal 108
  • Ruimtes: Tentoonstellingen ‘Leven’, ‘De ijstijd’, ‘De verleiding’
  • Vanuit school: één ouder/begeleider per vijf leerlingen
  • Vanuit Naturalis: één educatieve begeleider
  • Hoofddoel: leerlingen vergelijken onderdelen van dieren en bedenken voor welke functies deze onderdelen handig kunnen zijn
  • Aansluiting kerndoel: leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen
  • Kernwoorden: lichaamsvorm, functie, omgeving 

Verloop van het programma
in het museum

Leerlingen onderzoeken in het programma dieren en onderdelen van dieren. Het programma bestaat uit drie onderdelen. De hieronder gehanteerde tijdsplanning is een indicatie.

0-20 minuten: presentatie
Leerlingen en ouders/begeleiders starten in de ontvangstruimte met een interactieve presentatie door een educatief begeleider. Er komen veel dieren voorbij met nadruk op hun onderdelen. Welke verschillende poten, staarten, huiden, snuiten en oren zijn er? En welke functies hebben ze? Oren zijn handig om te horen, maar waarvoor nog meer? In de presentatie wordt instructie gegeven voor ouders/begeleiders vanuit school om de leerlingen te ondersteunen tijdens het zaalprogramma. 

20 - 60 min: zaalopdracht ‘zoek dierenonderdelen’
In eerste zaalopdracht zoeken 5 leerlingen samen met hun begeleider naar onderdelen van dieren in zaal Leven of De Verleiding. Elk groepje krijgt één speurkaart mee en voor elke leerling een eigen dierenkaart. Ze zoeken een onderdeel op de speurkaart en daarna in de zaal. Bijvoorbeeld; welke staarten zijn handig om mee te zwemmen, slaan of om een partner te versieren. Als de leerlingen alle staarten hebben gevonden, maken ze het vakje ‘staart’ open op hun dierenkaart. Daarna gaan ze samen op zoek naar het volgende onderdeel. Als alle onderdelen op de dierenkaart zijn vrijgemaakt, zien ze een niet bestaand dier met onderdelen van echte dieren. Leerlingen laten hun dier zien bij het Infopunt in de zaal. Daar krijgen ze een onderzoeksopdracht.

60 - 90 min: zaalopdracht ‘wat is handig’ 
Voor het tweede zaalopdracht bezoekt elk groepje een andere zaal (De IJstijd, Leven of De Verleiding). Leerlingen onderzoeken welke onderdelen handig zijn in de kou, om aan voedsel te komen of een partner te versieren. Daarvoor vergelijken leerlingen hun eigen dier met dieren in de zalen. Elke leerling krijgt van hun begeleider een sticker die ze plakken bij het onderdeel op hun kaart dat zij het meest geschikt vinden. Als afsluiting gaan de kaarten met stickers mee naar huis.