Nederland Zoemt Wat zoemt er in jouw achtertuin?

Rosse metselbij

Naturalis is partner van Nederland Zoemt. Met elkaar zetten we ons in voor de bij. Want wilde bijen spelen een belangrijke rol in de bestuiving van onze landbouw- en fruitgewassen. En de harde waarheid is dat het niet zo goed gaat met de bij!

Vanwege de kou dit weekend is de telling verlengd tot en met 19 april!

Klik hier voor de voorlopige resultaten van dit jaar.

Kijktips nodig? Kijk onderaan deze pagina.
Voor al je andere bijenvragen: onze experts zitten dit weekend voor je klaar achter de chat van onze facebookpagina

logo nl zoemt

 

Nationale Bijentelling

Deze hele week nog organiseert Nederland Zoemt voor de tweede keer de Nationale Bijentelling. Kom je ook in actie voor de wilde bij?
Tel mee

Bedreigd

De helft van alle bijensoorten is bedreigd. Ook voor ons heeft dit grote gevolgen. 80% van de eetbare gewassen is namelijk afhankelijk van bestuiving. Hoe meer we over bijen weten, hoe beter we de bij kunnen helpen. Daarom komt Naturalis met haar partners van Nederland Zoemt in actie. En jij kunt helpen. We vragen iedereen in Nederland om mee te doen aan het landelijk bijenonderzoek. 
 

Nationale Bijentelling

Tot en met 19 april vragen we heel Nederland om een half uur bijen te tellen. Gewoon in je eigen tuin, het park of op je balkon. Scholen kunnen in de week voorafgaand aan de Nationale Bijentelling een eigen telling organiseren op het schoolplein. De gegevens worden opgeslagen in het landelijke databestand van bijen. Daarin wordt bijgehouden waar welke soorten voorkomen. Informatie die belangrijk is bij het beschermen van bijen. Met deze ‘tuintelling’ komen we te weten welke soorten veel in tuinen voorkomen. Door de telling de komende jaren te herhalen weten we welke soorten voor- of achteruit gaan in aantal.

Wil je meedoen aan de bijentelling of wil je meer informatie?
Klik hier

Vincent
legt uit

Vincent Kalkman is de insectenexpert van Naturalis. Hij heeft dit filmpje gemaakt om te vertellen waarom tellen belangrijk is én hoe het werkt.


Bekijk op Youtube

Direct naar het telformulier

Vincent, de insectenexpert van Naturalis

Bijen herkennen
Kijktips

Stap 1:
Is het een bij, hommel, zweefvlieg of wesp?

  • Hommel: dikke, grote, harige bij
  • Bij: lange antennes, smalle ogen
  • Zweefvlieg: platte vlieg met korte antennes en brede ogen
  • Wesp: Duidelijk zwart-geel gestreept, met een hele smalle taille.

Hommels

Stap 2: Heeft de hommel een bruine rug, een wit kontje, of een rood kontje?

  • Bruinruggen: De Akkerhommel (met bruine billen) of de Boomhommel (met witte billen)
  • Wit-kontjes: De Aardhommel of de Tuinhommel (heeft een extra gele streep op haar borststuk)
  • Rood-kontjes: De Steenhommel (met een echt rood kontje) of de Weidehommel (oranje billen en gele strepen op het lijf)

Bruinruggen:
De Akkerhommel of de Boomhommel

    De Akkerhommel (met bruine billen)
    Video's: van Roy Kleukers

    De Akkerhommel (Bombus pascuorum)

    Herkenning: Een variabel gekleurde hommel. Donkere exemplaren, die in Nederland vooral in het Westen voorkomen, hebben een oranjebruin behaard borststuk en een oranje behaarde achterlijfspunt, met verder zwarte beharing. Lichte exemplaren, in Nederland vooral in het Oosten, zijn overwegend oranjebruin behaard en hebben ook witachtige haren aan de zijkant van het borststuk. Er komen ook allerlei tussenvormen voor.
    Voorkomen: Algemeen en wijd verspreid in heel Nederland.
    Leefgebied: Allerlei open en beboste landschappen.
    Nestelwijze: Nestelt in allerlei holten, zowel boven-als ondergronds, zoals in graspollen, oude muizenholen en schuren, Kolonies tellen 60 tot 150 werksters.
    Vliegtijd: Koninginnen die overwinteren, vliegen in maart en april. De nieuwe generatie koninginnen vliegt samen met de mannetjes van mei tot in augustus. Werksters vliegen van mei tot in september.

    Akkerhommel
    Akkerhommel

    Bruinruggen:
    De Akkerhommel of de Boomhommel

    De Boomhommel (met witte billen)
    Video's van: Roy Kleukers

    De Boomhommel (Bombus hypnorum)

    Herkenning: Dit is een onmiskenbare hommel door het geheel oranjebruin behaarde borststuk en de wit behaarde achterlijfspunt.
    Voorkomen: Algemeen en wijdverspreid in heel Nederland. Maar let op: er zijn soms ook boomhommels die nauwelijks bruin behaart zijn, maar een bijna geheel zwart borststuk hebben!
    Leefgebied: Allerlei omgevingen, vooral in nabijheid van bos, struweel en bebouwing. veel in parken en tuinen.
    Nestelwijze: Nestelt graag in boomholten, maar ook in allerlei kunstmatige holen, zoals vogelnestkastjes, spouwmuren, schuren en stallen. Kolonies tellen 80 tot 400 werksters, die bij verstoring van het nest agressief kunnen reageren.
    Vliegtijd: Koninginnen die overwinteren, vliegen in maart en april. De nieuwe generatie koninginnen vliegt samen met de mannetjes van mei tot in augustus. Werksters vliegen van eind april tot in augustus.

    Een boomhommel
    Een Boomhommel

    Wit-kontjes:
    De Aardhommel/Veldhommel of de Tuinhommel.

    De Aardhommel (heeft maar 1 gele streep op het borststuk)
    Video's: van Roy Kleukers

    De Aardhommel of Veldhommel
    (Bombus terrestis/Bombus lucorum)

    Herkenning: De Aardhommel en Veldhommel hebben een zwart behaard borststuk met gele band aan de voozijde, en een achterlijf met gele voorzijde, zwarte middenband en een geheel witte achterlijfspunt. In tuinen zijn deze soorten te verwarren met de tuinhommel, die echter aan de achterzijde van het borststuk een extra gele band heeft.
    Voorkomen: Algemeen en wijd verspreid in heel Nederland.
    Leefgebied: Allerlei open en beboste landschappen.
    Nestelwijze: Nestelen gewoonlijk ondergronds, bij voorkeur in oude holen van muizen of mollen, tot circa 30 cm diep. Kolonies tellen 100 tot 400 werksters.
    Vliegtijd: Koninginnen die overwinteren, vliegen in  maart en april. De nieuwe generatie koninginnen vliegt samen met de mannetjes van mei tot in augustus. Werksters vliegen van mei tot in september.

    Aardhommel/veldhommel
    Aardhommel

    Wit-kontjes:
    De Aardhommel/Veldhommel of de Tuinhommel.

    De Tuinhommel (heeft een extra gele streep op het borststuk).
    Video's: van Roy Kleukers

    De Tuinhommel (Bombus hortorum)

    Herkenning: Het borststuk is zwart behaard met zowel aan de voor- als aan de achterzijde een gele band. Het achterlijf is geel behaard aan de voorzijde, zwart op het midden en wit aan de achterlijfspunt. Er komen geen andere hommelsoorten met dit kleurpatroon voor in tuinen. Wel is verwarring mogelijk met de Aardhommel of de Veldhommel, die echter de gele band aan de achterzijde van het borststuk missen.
    Voorkomen: Algemeen en wijd verspreid in heel Nederland, maar meestal in lage aantallen.
    Leefgebied: Allerlei open en beboste landschappen. Heeft vanwege de lange tong een sterke voorkeur voor planten met lange bloembuizen, zoals lipbloemen (dovenetel, rode klaver), smeerwortel en vingerhoedskruid.
    Nestelwijze: Nestelt op of vlak onder de grond. Kolonies tellen 50 tot 120 werksters.
    Vliegtijd: Koninginnen die overwinteren, vliegen in maart en april. De nieuwe generatie koninginnen vliegt samen met de mannetjes van mei tot in augustus. Werksters vliegen van mei tot in september.

    Tuinhommel
    Tuinhommel

    Rood-kontjes:
    De Steenhommel of de Weidehommel

    De Steenhommel  (met rood-oranje billen)
    Video's: van Roy Kleukers

    De Steenhommel (Bombus lapidarius)

    Herkenning: De vrouwtjes zijn zwart behaard met een rood behaarde achtterlijfspunt. Ze kunnen verward worden met de vrouwtjes van de weidehommel, maar die soort heeft een meer oranje gekleurde achterlijfspunt en bijna altijd een gele band op de voorkant van het borststuk.
    Voorkomen: Algemeen en wijd verspreid in heel Nederland.
    Leefgebied: Allerlei open en beboste landschappen
    Nestelwijze: Nestelt in allerlei holten, zowel boven- als ondergronds, zoals in oude muizenholen, nestkastjes en spouwmuren. Kolonies tellen 100 tot 300 werksters.
    Vliegtijd: Koninginnen die overwinteren, vliegen in maart en april. De nieuwe generatie koninginnen vliegt samen met de mannetjes van mei tot in augustus. Werksters vliegen van mei tot in september.

    Een Steenhommel
    Een Steenhommel

    Rood-kontjes:
    De Steenhommel of de Weidehommel

    De Weidehommel  (oranje billen en gele strepen op het lijf).
    Video's: van Roy Kleukers

    De Weidehommel (Bombus pratorum)

    Herkenning: Vrouwtjes van de Weidehommel zijn grotendeels zwart met een oranjerode achterlijfspunt en een gele band op de voorzijden van het borststuk en vaak ook op het begin van het achterlijf. Ze kunnen verward worden met vrouwtjes van de steenhommel, maar de vrouwtjes van die soort hebben nooit een gele band op de voorkant van het borststuk. Let op: De gele strepen op het borststuk kunnen onduidelijk zijn!
    Voorkomen: Algemeen en wijd verspreid in heel Nederland
    Leefgebied: Allerlei open en beboste landschappen. Algemeen in stedelijk gebied.
    Nestelwijze: Nestelt in allerlei holten, zowel boven- als ondergronds, zoals in oude muizenholen en boomholten en schuren. Kolonies tellen 50 tot 120 werksters.
    Vliegtijd: Koninginnen die overwinteren, vliegen van maart tot mei. De nieuwe generatie koninginnen vliegt samen met de mannetjes van mei tot in augustus. Werksters vliegen van mei tot in september.

    Weidehommel
    Een Weidehommel

    Bijen
    herkennen

    Stap 2: Behaard of onbehaard achterlijf?

    • Onbehaard: honingbij
    • Behaard: overige bijen

    De Honingbij (kaal achterlijf en duidelijke streepjes).
    Video's: van Roy Kleukers

    De Honingbij (Apis mellifera)

    Herkenning: Een vrij grote (9-14 mm), donkerbruine bij, vaak met gedeeltelijk oranje achterlijf. Honingbijen kunnen sterk variëren in kleur en toon, maar ze hebben altijd grijswitte dwarsbandjes die in het midden niet onderbroken op het achterlijf (langs de voorranden van de segmenten). Van gelijkende bijensoorten te onderscheiden door de behaarde ogen, de geheel donkere poten en de grijswitte bandjes op het achterlijf. Let op! De honingbij draagt als enige bij z'n stuifmeel in 'korfjes': klontjes pollen en nectar op de achterste schenen (hommels doen dit ook).
    Voorkomen: Zeer algemeen in heel Nederland. In Nederland komen honingbijen niet in het wild voor. Alleen volken die door imkers in bijenkasten worden gehouden en verzorgd.
    Nestelwijze: Nestelt in Nederland vrijwel uitsluitend in bijenkasten van imkers. Bij hoge uitzondering vestigen aan imkers ontsnapte volken zich wel eens in een holle boom of oude schuur.
    Vliegtijd: Werksters van honingbijen kunnen vrijwel het hele jaar gezien worden, zelfs op zinnige warme winterdagen.

    Een Honingbij
    Een Honingbij

    Stap 3: Oranje behaard borststuk?

    • Oranje: een zandbij: Vosje, Roodgatje of Viltvlekzandbij
    • Andere kleur: overige bijen

    NB.: Er zijn ook zandbijen met een anders gekleurd borststuk, maar die van de zandbijen tijdens de Nationale Bijentelling zijn allemaal oranje.

    Zandbijen:
    Vosje, Roodgatje of Viltvlekzandbij

    • Oranje behaard achterlijf: Vosje
    • Pluizige oranje poten en een klein oranje 'gatje': Roodgatje
    • Donker achterlijf met witte vlekken op de zijkant: Viltvlekzandbij

    Het Vosje (Oranje behaard borststuk en achterlijf)
    Video's: van Roy Kleukers

    Het Vosje (Andrena fulva)

    Herkenning: Het vrouwtje (10-11 mm) is makkelijk te herkennen aan de lange, dichte, vosrode beharing op de bovenkant van het borststuk en achterlijf. Verwarring kan opstreden met de Rosse metselbij, maar bij deze zijn de haren op de onderzijde van het borststuk en achterlijf licht gekleurd en die bij is smaller.
    Voorkomen: Algemeen en verspreid over heel Nederland.
    Leefgebied: Veel in stedelijk gebied, waar ze te vinden zijn in tuinen, plantsoenen en parken; buiten het stedelijk gebied te vinden langs bosranden, ruigten en (spoor)dijken.
    Nestelwijze: Nestelt in zelfgegraven gangen in de grond.
    Vliegtijd: Vliegt vroeg in het voorjaar. Worst vanaf maart waargenomen en bereikt in april al zijn piek.

    Een Vosje
    Een Vosje

    Zandbijen:
    Vosje, Roodgatje of Viltvlekzandbij

    Het Roodgatje (pluizige oranje poten en een klein oranje 'gatje')
    Video's: van Roy Kleukers

    Het Roodgatje (Andrena haemorrhoa)

    Herkenning: Het vrouwtje (8-10 mm) met oranjebruin behaard borststuk en glimmend zwart achterlijf met een klein oranjerood achterlijfspuntje en harige oranje achterschenen. Deze combinatie van kenmerken komt niet bij andere 'tuinbijen' voor.
    Voorkomen: Algemeen en verspreid over heel Nederland.
    Leefgebied: Allerlei terreinen, vooral waar struweel aanwezig is, zoals: bosranden, duinen, heidegebieden, landbouwgebieden en stedelijk gebied.
    Nestelwijze: Nestelt in zelfgegraven gangen in de grond.
    Vliegtijd: Vliegt vroeg in het voorjaar van maart tot in juni, met een piek eind april / begin mei.

    Een Roodgatje
    Een Roodgatje

    Zandbijen:
    Vosje, Roodgatje of Viltvlekzandbij

    De Viltvlekzandbij (donker achterlijf met witte vlekken op de zijkant)
    Video's: van Roy Kleukers

    De Viltvlekzandbij (Andrena nitida)

    Herkenning: Het vrouwtje is een grote (12-15 mm) zandbij met oranjebruin behaard borststuk en glimmend zwart achterlijf, met langs de zijkant vlekken van korte, witte beharing. Verschilt van gelijkende soorten door de zwarte schenen van de achterste poten, de zwarte achterlijfspunt en het glimmende zwarte achterlijf met witte vlekken aan de zijkant.
    Voorkomen: Algemeen en verspreid over heel Nederland. Één van de weinige zandbijen die ook in zeekleigebieden algemeen is. Minder algemeen op zandgronden.
    Leefgebied: Allerlei terreinen, zoals bosranden, duinen, heide- en landbouwgebieden en stedelijk gebied.
    Nestelwijze: Nestelt in zelfgegraven gangen in de grond.
    Vliegtijd: Vliegt vroeg in het voorjaar van maart tot in juni, met een piek eind april / begin mei.

    Een Viltvlekzandbij
    Een Viltvlekzandbij

    Stap 4: Heeft de bij een afgeplat achterlijf?

    • Afgeplat: een metselbij: Gehoornde metselbij of Rosse metselbij
    • Puntig: overige bijen

    NB: de metselbijen van de Nationale Bijentelling hebben een oranjerood behaard achterlijf.

    Metselbijen:
    Gehoornde metselbij of Rosse metselbij

    De Gehoornde metselbij (geheel oranjerood achterlijf, zwart borststuk)
    Foto: Tjomme Fernhout, video's: van Roy Kleukers
     

    Video: Het mannetje heeft niet het herkenbare oranje achterlijf, maar is geheel zwart.

    Foto: Metselbijen zijn ook te herkennen aan de lange haren onderaan hun buik, waar stuifmeel aan blijft plakken: de buikschuier. Alleen metselbijen vervoeren stuifmeel op deze manier.

    De Gehoornde metselbij (Osmia cornuta)

    Herkenning: Het vrouwtje (6-8 mm) is wollig behaard, met een zwarte kop en borststuk en heeft een geheel oranjerood behaard achterlijf. Het dier lijkt een beetje op een Rosse metselbij, maar die heeft een grijzig behaard borststuk en heeft een donkere achterlijfspunt. Pas ook op voor verwarring met de steenhommel.
    Naam: De bij is vernoemd naar de twee minuscule hoorntjes op de voorkant van de kop. Maar pas op, ze zijn ook aanwezig bij de Rosse metselbij!
    Voorkomen: Algemeen in het zuiden en zuidoosten van het land. De soort wordt snel algemener en zal zich waarschijnlijk gedurende de komende jaren op veel plekken in het westen en het noorden van het land vestigen. 
    Leefgebied: Komt vooral voor in stedelijk gebied, veel in tuinen.
    Nestelwijze: Nestelt in gaatjes in de muur of in holle stengels. Maakt veel gebruik van bijenhotels!
    Vliegtijd: Van maart tot mei, is vooral algemeen in april.

    Een Gehoornde metselbij
    Een gehoornde metselbij

    Metselbijen:
    Gehoornde metselbij of Rosse metselbij

    De Rosse metselbij (Oranjerood achterlijf, maar zwart uiteinde aan het achterlijf)
    Video's: van Roy Kleukers

    De Gehoornde metselbij (Osmia bicornis)

    Herkenning: Een vrij grote (8-10 mm), breedgebouwde bij met dichte beharing en zwakke metaalglans. Het vrouwtje heeft een zwart behaarde kop en een zwart uiteinde van het achterlijf en een lichtbruin borststuk. De voorste helft van het achterlijf is rossig behaard. De buik is dicht behaard met rode haren (de buikschuier). Er is verwarring mogelijk met het Vosje, maar die is op de onderzijde van het borststuk en het achterlijf geheel zwart behaard, en heeft heen afgeplat achterlijf.
    Voorkomen: Algemeen en wijd verspreid in heel Nederland.
    Leefgebied: Allerlei terreinen met enkele bomen, struweel of bebouwing. Veel in stedelijk gebied en bij bosranden.
    Nestelwijze: Nestelt in dood hout en holle stengels, ook in muurspleten en andere kunstmatige holten, zelfs in sleutelgaten. Het is een van de algemeenste bewoners van bijenhotels!
    Vliegtijd: Vliegt van maart tot en met juni, met een piek in april en mei.

    Een Rosse metselbij
    Een Rosse metselbij

    Stap 5: Vliegt de bij opvallend druk rond en lijkt op een kleine hommel?

    Grote kans dat het dan een Sachembij is. Deze bijen lijken nooit stil te zitten. Het mannetje verdedigt zijn territorium en zoekt continu tussen de planten naar andere mannetjes om te verjagen en vrouwtjes om mee te paren.

    Sachembij

    De Gewone sachembij (lijkt op een kleine hommel en vliegt 'neurotisch' rond)
    Video's: van Roy Kleukers

    De Gewone sachembij (Anthophora plumipes)

    Herkenning: Een grote (14-16 mm), breedgebouwde bij met dichte beharing. Bij het vrouwtje komen twee kleurvormen voor: een grijsgeel behaarde met een zwart behaarde achtelijfspunt, en een zwart behaarde met oranjerode beharing van de achterschenen. Het mannetje heeft een heldergele voorzijde van de kop en is onmiskenbaar door de lange zwarte pluimpjes aan de middenpoten (waar de soort z'n naam aan dankt).
    Voorkomen: Algemeen en wijd verspreid in heel Nederland.
    Leefgebied: Allerlei omgevingen, zoals tuinen, parken, bosranden, rivieroevers en industrieterreinen. Bezoekt allerlei bloemen. In tuinen is deze bij vaak t zie op longkruid of smeerwortel.
    Nestelwijze: Nestelt op zonnige plaatsen in de bodem en in wanden of muren, graag in leem.
    Vliegtijd: Vliegt vroeg in het voorjaar van maart tot in mei, met een piek in april.

    Een Gewone sachembij
    Een Gewone sachembij

    Zweefvliegen
    herkennen

    Stap 2: Is de zweefvlieg behaard of onbehaard?

    • Behaard: De Hommelbijvlieg (gedeeltelijk witte poten) of de Grote narcisvlieg (geheel zwarte poten)
    • Onbehaard: De Bijvlieg

    Linker foto: de Hommelbijvlieg, door Frank Vassen
    Rechter foto: de Grote narcisvlieg

    De Hommelbijvlieg
    De Grote narcisvlieg