Na de hectiek van de afgelopen dagen (de ‘wells’ in de dodo-polder, de persconferentie, ons bezoek aan het museum) zouden we bijna vergeten dat we ook een unieke vondst hebben gedaan. In de fossielenlaag zijn we namelijk op een compleet dodo-bekken gestuit! Het is voor het eerst dat een dodo-bekken is gevonden ‘ in situ’. Dat woord gebruiken wij paleontologen voor een bot dat is gevonden in de oorspronkelijke laag waarin het dier is terechtgekomen nadat het is doodgegaan. Dat betekent dat de positie van het bot informatie bevat over de doodsoorzaak en het ecosysteem op dat moment.
In het museum in Port Louis liggen ook een aantal dodo-bekkens, dus je zou kunnen denken dat onze vondst nu ook niet weer zo bijzonder is. Echter, deze dodo-bekkens zijn een eeuw geleden lukraak uit de modder geplukt. Er is dus niets bekend over de laag waar ze uit komen, hoe ze precies in die laag zaten en wat er bij in de buurt gevonden werd. Het unieke aan ‘ons’ dodo-bekken is dat wij dat wel allemaal weten, en daarmee zijn we een stapje dichter bij het begrijpen van het ontstaan van het dodo massagraf. Het dodo bekken is perfect bewaard gebleven, zelfs kleine botstructuurtjes zijn nog intact. Dit betekent dat de dodo waarschijnlijk in de Mare aux Songes zelf is doodgegaan; immers, als de dodo in de hooglanden was doodgegaan en het bekken zou door een rivier in Mare aux Songes gespoeld zijn, dan zou het bekken beschadigd zijn, en sporen van transport vertonen. Het bekken lag op de rugzijde, wat erop wijst dat de dodo achterover is gevallen. Hoe we dat precies moeten verklaren is lastig, maar de schildpadbotten die om het bekken heen zijn gevonden verschaffen ons een aanwijzing. Reuzenschildpadden zijn vegetariërs, en op het eiland Ile aux Aigrettes (een natuurreservaat hier voor de kust) kun je ze onverstoorbaar op hun twee-ons-groente-en-twee-stuks-fruit zien kauwen. Echter, ten tijde van het ontstaan van het massagraf werd het een stuk droger waardoor zoet water schaars werd. Mare aux Songes was in die tijd een bron van zoet water waar dieren zich verzamelden op zoek naar water. Verzwakt door dorst en honger legden velen van hen het loodje, en in zulke extreme situaties is een dodo karkas voor verstokte vegetariërs zoals reuzenschildpadden een lekker hapje.
Omdat ik gezegend ben met de kleinste vingers van het hele dodo team had ik de eer om het dodo skelet uit te graven. Heel voorzichtig, soms met trillende vingers (je zal maar het eerste in situ dodo bekken verprutsen!) en op aanwijzingen van John heb ik het bekken blootgelegd en stukje voor stukje verder uit de modder gegraven. Het opdwarrelende sediment maakte het niet makkelijker omdat ik na elke beweging weer even moest wachten totdat ik weer wat kon zien. De opluchting was groot toen ik na 2 uur eindelijk het bekken boven de waterspiegel uit kon tillen en netjes in een plastic bakje kon leggen. Mission accomplished, dacht ik zo.