Sinds halverwege vorige week zijn we bezig met het verwerken van de vondsten uit de greppels rond de opgravingsput, die nu binnen beginnen te stromen. De botten worden nauwkeurig gewassen en te drogen gelegd op grote stukken karton in een van de lege kantoorruimtes van de suikerrietmaatschappij. We krijgen hierbij hulp van medewerkers van verschillende musea in Mauritius.

(afb. 1) Simla, Sunil en Ravi van het historisch museum in Mahebourg
Ook de houtvondsten krijgen een wasbeurt; pas daarna zijn ze klaar om te worden beschreven en gefotografeerd. Mikel maakt foto’s van belangrijke stukken hout en bot. De zeefresidu’s met fijn materiaal worden door Francien uitgespreid op kranten en overdag in kratjes in de zon gezet op het terras bij de kantoren, totdat ze droog genoeg zijn om uit te worden gezocht. Er wordt door Beth en Julian een begin gemaakt met het administreren van de botvondsten. Het is belangrijk om te registreren uit welke greppel bepaalde skeletdelen komen, zodat deze gegevens later kunnen worden gekoppeld aan vondsten uit de opgravingsput zelf. Sommige vondstcategoriën, zoals bijvoorbeeld “insecten en arthropoden”, zijn bemonsterd voor verder wetenschappelijk onderzoek buiten Mauritius (alleen als het specialisme niet op het eiland vertegenwoordigd is) en René gaat zorgen dat de betreffende zaken stevig verpakt op weg gaan naar hun bestemmingen. En ja, we gaan soms door tot in de late uurtjes...

(afb. 2) Grote stukken hout gaan in bad in de tobbe

(afb. 3) Francien verzorgt de kratjes met “fijn spul”

(afb. 4) Beth en Julian inventariseren de botvondsten
Voor de beschrijving en administratie van de houtvondsten krijg ik hulp van de Mauritiaanse archeologe Jayshree Mungur-Medhi. Als bewoner van dit eiland is ze zeer vertrouwd met de vormenrijkdom van tropische bomen en draagt alvast goede ideeën aan voor de interpretatie van de houtvondsten. Thanks, Jay!

(afb. 5) Het grootste fragment van een boomstam meet zo’n 50 x 30 cm!