English
BezoekTentoonstellingEducatieScienceNatuurinformatieOver Naturalis
   Expedities > Dodo_Expeditie_2007 > Dodo expeditie 2007


Dodo weblog 2007


Dag 16: De bomen van Mare aux Songes - Tamara Vernimmen - 13 augustus 2007
Inmiddels (21 augustus) ben ik alweer in Nederland, maar ik wilde jullie deze plaatjes van het terrein rond de opgraving niet onthouden. De vorige eigenaren van het stuk land - dus voor het werd aangekocht door de suikerrietmaatschappij MTMD - wilden er een landschapspark van maken en hebben een aantal mooie inheemse bomen en planten neergezet langs de paden in de Mare aux Songes. Het gaat om onder andere Dracaena sp. (fam. LILIACEAE), een geslacht dat zoals je ziet verwant is aan o.a. Aloe en Sansevieria en dat vele soorten boompjes omvat die niet zo gemakkelijk van elkaar te onderscheiden en te benoemen zijn, Gastonia mauritiana (lokale naam “Bois d’éponge”), een boom met zeer grote, samengestelde bladeren, Diospyros egrettarum, uit hetzelfde geslacht als ebbenhout (Diospyros tesselaria) en vernoemd naar het Mauritiaanse eilandje Ile aux Aigrettes (“reigereiland”), waar deze soort net als Gastonia en Dracaena nog steeds in ruime mate voorkomt.

dodo expeditie
(afb.1) Dracaena sp.

dodo expeditie
(afb.2) Gastonia mauritiana

dodo expeditie
(afb.3) Diospyros egrettarum

Al deze bomen zijn ongeveer tien jaar oud (onze paleontoloog en bomenkenner Julian Hume heeft gezien hoe de ongeveer eenjarige zaailingen in 1999 zijn geplant) en vormen een interessante bron van informatie over het groeigedrag van inheemse bomen op Mauritius. Waarom willen we deze aangeplante bomen onderzoeken? In het wild gegroeide tropische bomen zijn voor een studie van de groeiringen (dendro-ecologie) niet per se geschikt, omdat meestal niet bekend is hoe oud ze precies zijn. Daardoor weten we niet welke tijdsperiode is vertegenwoordigd in het traject groeiringen van merg tot bast.

Tropische bomen hebben, in tegenstelling tot bomen in bijvoorbeeld Europa, niet zo vaak zichtbare groeiringen. In ieder geval zijn het geen jaarlijkse ringen zoals bij onze eik (Quercus robur/petraea) die elke winter een groeistop heeft. Wat betreft Mauritius, waar elk jaar twee seizoenen van elk zes maanden kent met grote verschillen in neerslag, alsook een vrij heftige periode met cyclonen in februari-april, weten we nog niet wat het groeigedrag van de bomen is en of we boomringonderzoek bijvoorbeeld kunnen toepassen om het klimaat van vroeger te reconstrueren. Daarom gaan we met een zogenaamde “aanwasboor” monsters nemen van de bast tot in het merg uit een aantal levende bomen om de houtanatomie, inclusief eventuele groeiringen, te kunnen bestuderen en te interpreteren. Voor dat laatste hebben we ook klimaatgegevens (temperatuur en neerslag) nodig van de afgelopen tien jaar.

Het boren van bomen, een techniek die door dendrochonologen en bosbouwers wereldwijd wordt toegepast, is in principe onschadelijk. Het tunnelgat in de stam van ca. 8 mm wordt door de boom zelf van binnenuit dichtgedrukt. De wond aan de buitenkant wordt in het algemeen vrij snel afgesloten door produkten uit de boom zoals hars, waardoor insecten en schimmels geen kans krijgen. Uiteraard hebben we toestemming van MTMD voor het onderzoek aan hun bomen. Ook het Mauritiaanse herbarium en de natuur-en bosbouworganisatie NPCS zijn bij het project betrokken. Zij zijn zeer geinteresseerd in deze voor hun innovatieve toepassing op het gebied van bosonderzoek. We spreken af dat bij wijze van experiment bij de helft van de onderzochte bomen de gaten in de stam (vlak boven de wortels en op borsthoogte) worden dichtgestopt met een speciale soort was, zodat we kunnen monitoren welke vorm van nazorg op den duur het beste is voor deze bomen.

dodo expeditie
(afb.4) Gastonia mauritiana, jong blad

dodo expeditie
(afb.5) Gastonia mauritiana, volwassen blad

De keuze is gevallen op negen Gastonia’s, niet in de laatste plaats omdat deze waarschijnlijk een stuk makkelijker te bemonsteren zijn dan de aan ebbenhout verwante Diospyros egrettarum... Gastonia mauritiana oftewel Bois d’eponge (“sponshout”) is een van vele inheemse bomen die “heterofiel” is, d.w.z. dat de verschijningsvorm van de boom gedurende zijn leven verandert. De jonge bladeren van Gastonia lijken in geen enkel opzicht op de volwassen bladeren; vermoedelijk is dit een bescherming tegen vraat door schildpadden: ze lijken met hun slanke vorm en felrode middennerf waarschijnlijk min of meer op een (giftige) rups en schildpadden zijn vegetariërs. Gastonia mauritiana is een boomsoort die in drogere gebieden voorkomt. We weten nog niet precies welke boomsoorten er in de waterverzadigde houtresten uit de opgraving vertegenwoordigd zijn, maar mogelijk vormen ook bomen als Gastonia goed vergelijkingsmateriaal, omdat bij botanisch onderzoek van de fossiele zaden (gevonden in 2006) is gebleken dat zowel natte als droge vegetaties vertegenwoordigd waren in Mare aux Songes.


(afb.6) Het is zweten geblazen, bomen boren in de tropen!


(afb.7) Jeri verwijdert vakkundig een kern uit de bomenboor


(afb.8) De kern wordt voorlopig opgeborgen in een frisdrankrietje

Jeradine Hume, de dochter van Julian, assisteert bij het boren van enkele bomen. Bij elke boom maken we notities van de diameter en omvang van de stam en de hoogte waarop we de monsters nemen, en we doen een schatting van de hoogte van de boom; tezamen met de houtanatomie levert dit belangrijke informatie op over de groeicondities. Tijdens het onderzoek worden we verrast door felgekleurde daggekko’s (Phelsuma ornata), de insekten- en nektaretende bewoners van deze bomen.


(afb.9) Phelsuma ornata


(afb.10) Omgevallen Gastonia


(afb. 11) Gastonia mauritiana, aangetaste bladknoppen

Behalve de negen levende Gastonia’s liggen er enkele stammen van aangetaste/dode bomen van dezelfde soort. Van een van de bomen is het duidelijk dat ie zeer recent is omgevallen: er zitten nog groene bladknoppen aan. De groeicondities in het vulkanische bekken, dat zeer veel water ontvangt uit het omringende land en waar door de lokale bevolking helaas zeer regelmatig vuilnis is gestort, zijn vermoedelijk niet ideaal. Van de dode bomen zagen we een plak af ter onderzoek. Een eerste waarneming op het oog: er zijn op elk stuk een serie groeiringen te onderscheiden! Alle geboorde kernen alsook de plakken hout zullen na controle en behandeling bij het Mauritiaanse ministerie van landbouw worden verzonden naar de Universiteit van Wageningen, de leerstoelgroep Bosecologie en Bosbeheer, alweer studenten er een zeer interessant (afstudeer)onderzoek mee kunnen doen.





Terug naar het overzicht

Bekijk eerder gestelde vragen



vorige